“Laat dit een begin zijn van op een andere manier met ons onderwijs omgaan.”

Een interview over hoe de kansen die het NPO biedt, worden vormgegeven bij het Jan van Egmond Lyceum.

“Het geld van het Nationaal Programma Onderwijs zet scholen aan tot nadenken over wat we hebben gedaan in de afgelopen periode. Hoe staan we ervoor? Hoe staan leerlingen ervoor? Het zorgt dat scholen creatief kunnen worden in het geven van onderwijs en het bedenken van nieuwe onderwijsvormen.”

Het zijn woorden van Marjon de Jong. Directeur van het Jan van Egmond Lyceum uit Purmerend. Een school met zo’n 1200 leerlingen en waar ze overigens vroeger zelf nog les op heeft gehad. Ik spreek haar over het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) en de schoolscan en interventies die daarbij horen.

“Het geld van het NPO  is bedoeld voor het ‘wegwerken van achterstanden’, om leerlingen die een jaar gemankeerd onderwijs hebben gehad te helpen, maar wij willen het breder inzetten. Verder kijken dan de achterstanden die er nu zijn. We willen structureel verbeteringen doorvoeren. We krijgen nu de kans om een ontwikkeling in gang te zetten – om docenten te scholen. Laat dit een begin zijn van op een andere manier met ons onderwijs omgaan.”

Schoolscan

De Jong deed onderzoek op haar school, eigenlijk nog voordat het NPO haar dit ‘verplichtte’. Daar heeft ze alle docenten actief bij betrokken. Ze hanteerde daarbij het onderzoek ‘School in balans’. “Het was vooral bedoeld om een beeld te krijgen van de stand van het onderwijs en welke behoeften er waren. Met zo’n scan word je gedwongen om antwoorden te vinden op vragen waar we anders, door de waan van de dag misschien niet echt bij stil staan.”

De resultaten van de scan helpen het Jan van Egmond Lyceum bij het doorontwikkelen en verbeteren van de visie. “En dat is misschien een beetje anders dan onderzoeken wat de achterstanden van leerlingen zijn. Wij hebben vooral samen onderzocht waar wij kansen zien. In ons geval zagen we onder andere een duidelijke behoefte om te differentiëren in de klassen. Al zal dat ongelooflijk moeilijk worden. Het Jan van Egmond Lyceum heeft een heel gevarieerde groep leerlingen. Maar omdat de behoefte echt uit het docententeam komt, kunnen we gedifferentieerd onderwijs echt samen gaan vormgeven.”

En dat betrekken van alle docenten bij de schoolscan, maakt volgens De Jong het onderzoek duurzaam. “We hebben het samen gedaan. We hebben in beeld gekregen welke onderwerpen we echt belangrijk vinden en we gaan docenten actief betrekken bij hoe we verder gaan groeien. Ze merkt dat het daardoor ook meer leeft. Docenten komen met mooie ideeën. Bijvoorbeeld om te differentiëren. We hebben 3 havo-4-klassen, een van de concrete ideeën was om ze, wanneer dat kan, gelijk te roosteren. Zo kan je misschien per klas een bepaald niveau aanbieden. We willen ook aan de slag met de executieve functies, die behoefte leeft ook. Mensen bieden zich aan om er mee aan de slag te gaan.”

Het helpt om even samen stil te staan en terug en vooruit te kijken. Het wordt nu gefundeerder. “Eerder, als er werd gevraagd of er een visie was op differentiëren, dan was het antwoord: ‘nee, dat hebben we niet, maar ook daar werken we hard aan met elkaar’.”

“Dat we onze focus niet echt gericht hebben op de achterstanden komt ook, mede, door die gevarieerde groep leerlingen. Hierdoor zijn we sowieso altijd al erg bezig met kijken waren leerlingen staan, zodat we alle leerlingen de kansen kunnen bieden die ze verdienen. Of dat in tijden van afstandsonderwijs ook gelukt is, dat weten we waarschijnlijk pas volgend jaar. Dan weten we of het echt gelukt is om leerlingen mee te nemen, ondanks de afstand.”

Menukaart

Ook op het Jan van Egmond Lyceum is er aandacht voor de menukaart van het NPO. “De suggesties en behoeften die uit het team kwamen, hebben we naast de menukaart gelegd. We komen globaal uit op interventies uit de categorieën B, C en D. We kiezen niet per se voor één interventie, maar het helpt om te zien hoe effectief de interventies zijn. En sowieso gaan we pas na de vakantie aan de slag met de interventies. Of überhaupt met verandering. Docenten lopen echt op hun tandvlees.”

Professionaliseren

Ze is ervan overtuigd dat het belangrijk is om docenten mee te laten denken over wat het onderwijs nodig heeft om gelijke tred te houden met de maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. Docenten zijn breder opgeleid dan alleen vakinhoudelijk. Deze bredere kijk op onderwijzen wordt nu aangesproken. Het NPO biedt nu de kans om deze kant van het docentschap verder te ontwikkelen. Hoe ze dat precies vorm gaat geven, dat zal de komende weken wel duidelijker worden. “Ik denk in ieder geval aan: leren signaleren. Wat heeft een leerling nodig om verder te komen?  Hoe zie je dat een leerlingen afhaakt? Hoe zie je dat je een leerling ook echt meekrijgt? Als er iets is wat het afstandsonderwijs ons heeft geleerd, is het hoe belangrijk dat is.”

Vragen of advies?
Neem contact op met onze adviseurs via advies@academy4learning.nl of vul het onderstaande formulier in. 

Benieuwd hoe wij u kunnen ondersteunen, vraag een gratis adviesgesprek aan.

Meer over dit thema